Bevolkingsregisters, algemene principes

10404386_540360216107658_4366577980075374806_nDe wet bevat twee principes betreft de wijze waarop de bevolkingsregisters accuraat moeten gehouden worden.

Ten eerste bepaalt de wet dat iemand die zijn hoofdverblijfplaats wijzigt, daar aangifte van moet doen binnen acht werkdagen nadat de nieuwe woning werd betrokken, dit op de wijze die bij koninklijk besluit wordt bepaald. Vooraf een aangifte doen heeft in theorie geen zin, aangezien op dat ogenblik nog niet vastgesteld zal kunnen worden dat men daar zijn hoofdverblijfplaats al gevestigd heeft. Onze ervaring bij VZW Ons Centraal Maatschappelijk Welzijn heeft geleerd dat in de praktijk een vooraf gaande aangifte wel degelijk bepaalde voordelen kan hebben voor de betrokkene.

Het KB bepaalt ook de regels over de wijze van de woonstcontrole: louter de aanvraag tot inschrijving in de bevolkingsregisters op basis van de aangifte van een burger volstaat immers niet voor wat betreft de doorvoering in de registers; de aangifte van de betrokkene moet naar Belgische recht door de politie steeds gecontroleerd worden in de feiten. De Belgische overheid bepaalde dat dergelijke controle door politie dient plaats te vinden binnen de acht werkdagen, dit is echter de theorie. In de praktijk primeert voor de overheid de kwaliteit van het woonstonderzoek op de duurtijd. Je hebt als burger aldus weer geen verhaal indien het woonstonderzoek en de daaruit eventueel volgende doorvoering in de rijksregisters op zich laat wachten. Niet alleen is de duurtijd en doortastendheid van het woonstonderzoek een grote X-factor, ook de discretionaire bevoegdheid van de betrokken ambtenaren kunnen de burger een nieuwe visie geven op het begrip ‘civil servant’.

Ten tweede bepaalt de wet dat bij moeilijkheden of betwistingen in verband met de bepaling van het hoofdverblijf de minister van Binnenlandse Zaken bepaalt waar het hoofdverblijf van de burger zich bevindt, indien nodig na een onderzoek ter plaatse door een regionale afgevaardigde.

Na de beslissing van de minister (of zijn gemachtigde) is nog een beroep tot schorsing en/of vernietiging bij de Raad van State mogelijk. Mooie theorie natuurlijk, tot je als burger in dit vaarwater zit… In de praktijk kan dergelijk procedure & rechtsgang binnen de Belgische justitie makkelijk maanden tot zelfs jaren aanslepen, zeker voor wie afhankelijk is van een sociale uitkering is heel dat gedoe een maatstaf voor niets, dat weten de betrokken ambtenaren natuurlijk ook…

Tegen de tijd dat de burger beseft dat z’n verzet hoe dan ook uiteindelijk toch van tafel wordt geveegd is de burger reeds lang gemarginaliseerd. Ons advies bij VZW Ons Centraal Maatschappelijk Welzijn, houd u als burger niet mee bezig met dergelijke energie & tijd verslindende onzinnige procedures tegen de overheid, er zijn andere mogelijkheden die uw probleem op te lossen. In een rechtssysteem zoals in België is je bezwaar of verzet als burger tegen een beslissing van de bevoegde ambtenaren in het beste geval zinloos, in het slechtste geval een verlies van uw levensvreugde en geld.

HEBT U NOG EEN VRAAG?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Permanent link to this article: http://vzw-ocmw.be/bevolkingsregisters-het-bijhouden-ervan-de-algemene-principes/