DOMICILIEFRAUDE

 

Valse verklaring inzake hoofdverblijfplaats, registratie is ook voor de verhuurder strafbaar

Domiciliefraude is een wanbedrijf, gezien het misdrijf is opgenomen in artikel 7 van de wet over de bevolkingsregisters, gelet op de opgenomen strafmaat (geldboete tot 3.000 euro).

De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, inclusief hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing. Het gaat daarbij over de regels met betrekking tot de geldboetes, poging, herhaling, samenloop met andere misdrijven, verzachtende omstandigheden en rechtvaardigingsgronden.

De misdrijfomschrijving is echter zeer ruim, nl. het niet naleven van de verplichtingen opgelegd door de wet en het KB over de bevolkingsregisters. Een valse aangifte van hoofdverblijfplaats kan beschouwd worden als een poging om fraude te plegen ook al wordt deze valse aangifte niet gevolgd door een inschrijving in de bevolkingsregisters, in principe is de valse aangifte op zichzelf dus eveneens strafbaar. Dit aangezien de wet over de bevolkingsregisters de verplichting oplegt aangifte te doen van het adres waar men zijn hoofdverblijfplaats heeft gevestigd, bij een valse aangifte werd deze verplichting dus niet gevolgd.

Zelfs de verhuurder is mede aansprakelijkheid

Lees meer

Strafbaar is diegene die de wet over de bevolkingsregisters en de uitvoeringsbesluiten overtreedt. Artikel 23 van het KB over de bevolkingsregisters beperkt de strafbaarstelling tot overtreding van de artikelen 1 tot 14 en 20 van het KB. Dit is echter geen beperking van de strafbaarstelling, aangezien de algemene principes, m.n. de verplichting om zich in te schrijven in de bevolkingsregisters op de plaats waar men zijn hoofdverblijfplaats heeft, zijn opgenomen in de wet over de bevolkingsregisters en een KB uiteraard de strafbaarstelling uit een wet niet kan inperken.

Het gaat dus in de eerste plaats over de primaire fraudeur, m.n. diegene die geen nieuwe aangifte doet van zijn hoofdverblijfplaats na zijn hoofdverblijfplaats gewijzigd te hebben of diegene die na een valse aangifte van zijn hoofdverblijfplaats gedaan te hebben, er is in geslaagd te worden ingeschreven. Deze kan mogelijks ook bijkomend strafbaar zijn wegens valsheid en het gebruik van valse stukken. Artikel 196 Sw.

Het gaat echter niet enkel over de primaire fraudeur, maar ook over alle andere personen die politie en parket mee in het zinkende bootje gaat trekken. Het spervuur word daarbij vooral gericht op personen die – meestal goedkope – locaties aanbieden die in aanmerking komen om een registratie te bekomen, maar ook personen die een referentieadres verschaffen kunnen onder de loep worden genomen.

Volgens de Algemene Onderrichtingen kan ook de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de ambtenaar bij de burgerlijke stand in het gedrang komen. De wet over de bevolkingsregisters stelt eveneens dat ambtenaar van de burgerlijke stand of zijn gemachtigden die niet het nodig hebben gedaan om diegenen in te schrijven die er hun hoofdverblijfplaats gevestigd hebben, strafbaar zijn. Uiteraard dient het vereiste opzet aanwezig te zijn in hoofde van deze ambtenaar. Het aantonen van die opzet is voor de meeste burgers zonder grondige kennis van de materie uiteraard in de praktijk niet eenvoudig…

Inzake samenhang domiciliefraude met ruimtelijke orde & veiligheid word ook de verhuurder aangepakt. Het agentschap Inspectie RWO van de Vlaamse Overheid ontwikkelde een draaiboek waarin de aanpak en methodiek van de overheidsinspecteurs word beschreven.

Daarnaast kan ook het instrumentarium van de Vlaamse Wooncode toegepast worden, gaande van de administratieve procedure tot ongeschikt – of onbewoonbaarverklaring tot de strafrechtelijke procedure, waarbij ook een de verhuurder of diegene die het pand ter beschikking stelt geverbaliseerd kan worden.

In de strafrechtelijke procedure wordt na een onderzoek ter plaatse proces-verbaal opgesteld tegen de verhuurder of de persoon die het pand ter beschikking stelt. Het parket kan overgaan tot strafrechtelijke dagvaarding en indien van toepassing kan de wooninspecteur of het college van burgemeester en schepenen voor de rechter herstel van de woning vorderen. Voor meer info zie Het Integratiedecreet van 29 maart 2013″, R.W 2013-14, 483.

Deze maatregelen zullen er dan voor moeten zorgen dat de huurder van het pand dit pand verlaat en vervolgens elders kan ingeschreven worden. Indien het proportioneel wordt bevonden, kan de burgemeester een woonverbod uitspreken en dit ook gedwongen handhaven, met name de huurders manu militari uit de woning laten zetten door de politie. Ook het fysiek afsluiten van het pand om verdere bewoning te voorkomen behoort tot de mogelijkheden.

In de eerste plaats dient gesteld te worden dat de huurder persoonlijk, maar ook de verhuurder (indien van toepassing) aansprakelijk zijn.

Indien bij de vaststelling van domiciliefraude vermoed wordt dat een vastgoedmakelaar als verhuurder actief is betrokken, kan de bevoegde ambtenaar of gemeente een klacht indienen bij het Beroepsinstituut voor Vastgoedmakelaars (B.I.V.)

Voor meer info zie omzendbrief van 30 augustus 2013 van de minister van Binnenlandse Zaken: aandachtspunten voor een correcte registratie in de bevolkingsregisters, het oordeelkundig toepassen van de afvoering van ambtswege en de strijd tegen domiciliefraude, http:/ /www.ibz.rrn.fgov.be/.

Opdat je als lezer geïnformeerd zou zijn delen we je het volgende mee; in België is het bij strafzaken heel gebruikelijk dat niet alleen de primaire partij word aangepakt, ook diegene die de informatie verschaft of de omstandigheden wist gunstig te brengen tot het plegen van feiten word door het parket als secundaire partij aangepakt binnen justitie. Domiciliefraude binnen strafzaken vormt geen uitzondering binnen deze norm, de laatste jaren word ook meer en meer de – verhuurder of diegene die het pand verschaft – als secundair frauderende partij bestempeld en door justitie geviseerd.

De laatste jaren worden niet de criminelen maar wel de kleine burgers met een spaarcentje en een eigen huisje geviseerd door de Belgische justitie. Burgers met eigendom en een beetje roerend vermogen staat heel zwak binnen het vizier van justitie. Repressie moet scoren daar waar de rechtstaat faalt, ‘nowhere to run nowhere to hide’.

De gevangenis en het gevangenis wezen democratiseert, het beroven van de vrijheid is al lang niet meer alleen voor misdadigers. Op zaken waarop een paar jaar geleden hooguit een boete stond, staat tegenwoordig gevangenisstraf. Geen wonder dat we binnen België een cellen-tekort hebben. Zelfs als een strafvervolging niet tot veroordeling leidt, zal vaak uw haven en goed al voor een prikje verkocht zijn aan iemand van de vriendjes binnen de organisatie van justitie.

Gedeelde smart is halve smart, twee partijen vervolgen geeft voor justitie meer kans op slagen, twee veroordeelden brengen meer centen in het laatje. Indien de primaire fraudeur als hurende partij niet al te vermogend is dan blijkt in theorie de kans op geld incasseren voor justitie vrij klein, dus men heeft justitie daar iets op gevonden, de secundaire fraudeur heeft meestal wel wat spaarcenten of eigendom.

Het werd de laatste jaren binnen justitie het gewoonte recht om hun spelregels aan te passen en bij te passen gedurende het spel. Niet zelden past justitie haar wetten aan of verandert men het geweer van schouder gedurende het wild om zich heen schieten.

Het is voor politie en justitie absoluut niet moeilijk om een strafzaak – die men aanvankelijk opstart bij een minvermogende huurder die sociale fraude pleegt – te laten doorgroeien naar een dossier waarbij de primaire sociale fraudeur dankzij zijn minder vermogendheid tot ‘slachtoffer’ word gekneed, zogezegd slachtoffer van een vermogende verhuurder die als secundaire fraudeur tegen zoals men dat dan omschrijft ‘woeker verhuur prijzen’ zich heeft verrijkt met huurinkomsten van een sociaal zwakkere. Niet zelden wordt die huurder binnen het dossier door politie gecoacht tot slachtoffer of sociaal zwakkere, dat die huurder bij de overheid langs de kassa van de sociale zekerheid passeerde dat word in het kader van recuperatie mogelijkheden wel eens vergeten… Perverse toestanden binnen justitie zijn schering en inslag.

O, jij denk natuurlijk dat uw huurder of klant nooit een bezwarende verklaring of strafklacht zou afleggen tegen jou? Wacht dan maar tot dat een dozijn goedwillende politie en andere ‘hulpverleners’ van de overheid een paar uren of zelfs weken op jou huurder of klant hebben ingepraat. Als praten geen resultaat brengt dan is een oneigenlijk gebruik van voorhechtenis het volgende middel bij uitstek.

Van overheid hulpverleners komen woorden als; we begrijpen dat jij als sociaal zwakkere een oplossing zocht voor je problemen en genoodzaakt was een kamer te huren omwille van de mogelijkheid tot adres registratie, we begrijpen dat je handelingen diende te stellen die niet helemaal netjes waren. Jou sociaal zwakke positie als minvermogende huurder kunnen we zien als verzachtende omstandigheid maar de verhuurder waarvan jij de locatie huurde die wist toch dat jij daar niet veel ging aanwezig zijn, die verhuurder die wist toch dat jij betaalde voor een locatie louter om je adres daar te plaatsen zodat je dingen kon bekomen en handelingen kon verrichten die zonder zijn hulp niet mogelijk waren?’ ‘Nou dan!’

In het bovenstaande springt de huurder of klant er inderdaad nogal slecht uit, maar dit is wel de realiteit binnen de Belgische ondervragingskamer.

Opsporingstechnieken

De opsporing van domiciliefraude in de zin van de wet over de bevolkingsregisters verloopt op zich niet anders dan de opsporing van andere misdrijven. De opsporing gebeurt door de agenten en officieren van de lokale en federale politie; inbreuken worden vastgesteld bij proces-verbaal Processen-verbaal inzake domiciliefraude worden opgesteld met tenlastelegging code 13.

De agenten en officieren van gerechtelijke politie kunnen bijgevolg alle strafprocesrechtelijke opsporingsbevoegdheden uitputten binnen het kader van het Wetboek van Strafvordering en de Wet op het Politieambt Wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, B.S. 22 december 1992.identiteitscontroles uitvoeren, plaatsbezoeken afleggen, observaties uitvoeren, verhoren afnemen (van verdachten of van getuigen), huiszoekingen uitvoeren, gegevens opvragen bij andere actoren, ….

Lees meer

Verdachten van een misdrijf worden ingedeeld in verschillende categorieën op basis waarvan bijkomende rechten worden toegekend, de zgn. Salduz-trap. De categorieën worden bepaald op basis van de strafmaat van het misdrijf waarvan de betrokkene wordt verdacht. Personen die worden verdacht van een inbreuk op de regelgeving over de bevolkingsregisters vallen op basis van de strafmaat onder categorie 11. Zij hebben bijgevolg geen recht op een voorafgaand vertrouwelijk overleg met een advocaat. Indien er samenhang is met sociale fraude of met corruptie, is de strafmaat hoger, waardoor de betrokkene zal vallen onder categorie III.

Domiciliefraude is een prioriteit wanneer deze gecombineerd wordt met sociale fraude of fiscale fraude, aangezien deze fraude raakt aan de grondslagen van het socialezekerheidsstelsel en het overheidsfinancieringssysteem aantast.

Veel (sociale) instellingen hebben opsporingsdiensten (sociaal inspecteurs) en het is belangrijk dat de informatie bij alle relevante overheidsdiensten terechtkomt. Er wordt gewerkt met SPOC’s (Single Point of Contact) per instelling.

Daarnaast wordt een centrale rol toegekend aan de arbeidsauditraten in de opsporing en de vervolging van fraude die het gevolg is van fictieve domiciliëringen. De instellingen van sociale zekerheid kunnen een verklaring van benadeelde persoon afleggen in de zin van artikel 5bis van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering en desgevallend bij strafrechtelijke vervolging de onterecht uitgekeerde vergoedingen terug vorderen.

Om de strijd tegen domiciliefraude efficiënter te voeren, werd door het College van procureurs-generaal samen gewerkt met de minister van Justitie, de minister van Binnenlandse Zaken en de staatssecretaris voor de Bestrijding van de sociale en fiscale fraude. Zo kwam de COL tot stand en de opstelling van het vademecum, hierbij als uitgangspunt het verbeteren van de informatiedoorstroming tussen de verschillende actoren binnen de overheid die betrokken zijn bij domiciliefraude.

Omwille van het vertrouwelijk karakter mogen we deze info van rechtswegen via de website niet openbaar maken of hier op de website dieper ingaan op de vermelde opsporingstechnieken. Volgens de Belgische overheid haar theorie kan deze officiële info immers alleen bekomen worden bij hun parketten en de arbeidsauditraten. De vermelde opsporingstechnieken gingen echter in het verleden over het internet, het internet kent geen geheimen of vertrouwelijk karakter…

Hierbij een aantal opsporingsbevoegdheden:

Plaatsbezoeken kunnen door de politie steeds uitgevoerd worden. Het is een onderzoek op de plaats van een misdrijf of op elke andere plaats waar nuttige vaststellingen kunnen worden verricht. Zie ook artikel 26 Wet op het Politieambt.

Huiszoekingen in geval van betrapping op heterdaad kan door agenten met de rang van hulpofficier van de procureur des Konings een huiszoeking worden uitgevoerd zonder huiszoekingsbevel of zonder toestemming van de bewoner.

In het kader van de vaststelling van domiciliefraude kan een huiszoeking voor de overheid zeer nuttig zijn. Meestal zal gewerkt worden met de toestemming van de bewoner. Indien de bewoner zijn toestemming weigert, kan dit opgenomen worden in het proces-verbaal en kan dit een aanwijzing van domiciliefraude zijn.

Observaties kunnen voor de overheid zeer nuttig zijn in het kader van vaststelling van domiciliefraude, politie mag immers door middel van observatie bewijselementen verzamelen. Het gaat dan over het noteren van de aanwezigheid van een wagen, de vraag of een brievenbus regelmatig geleegd wordt, of op de dag van de huisvuilophaling vuilzakken buitengezet worden, rolluiken en gordijnen geopend en gesloten worden of niet, …

Het verhoor van getuigen of verdachten werd ingrijpend gewijzigd door de wet van 13 september 2011, de zgn. Salduz-wet, die in werking getreden is op 1 januari 2012. Artikel 47bis Sv.

Vervolgen van domicilie & sociale fraude

De vaststelling van iemands hoofdverblijfplaats en gezinssamenstelling is een onderzoek naar de feiten, waaruit vervolgens door politie & bevolkingsdienst een conclusie kan worden getrokken. Het kan vergeleken worden met het verzamelen van verschillende puzzelstukken om dan uiteindelijk de puzzel te maken (= op basis van de verzamelde feitelijke elementen een besluit nemen over iemands hoofdverblijfplaats en gezinssamenstelling).

Een onderzoek naar domiciliefraude dient best te gebeuren door zowel de plaats waar de betrokken burger is ingeschreven als ook de plaats waarvan vermoed wordt dat de betrokkene effectief zijn hoofdverblijfplaats heeft ter plaatse te onderwerpen aan een vaststelling.

Lees meer

Domiciliefraude kan aangetoond worden door te bewijzen dat de burger duurzaam op een bepaalde plaats verblijft die niet de opgegeven hoofdverblijfplaats is. De hoofdverblijfplaats wordt immers gevestigd door duurzaam op een bepaalde plaats te verblijven.

Als de plaatsen die de Belgische overheid wil onderzoeken allebei gelegen zijn op Belgisch grondgebied dan zullen de vaststellingen makkelijk kunnen plaatsvinden, kan men de resultaten van beide plaatsen handig bij elkaar te leggen en kan domiciliefraude zeer gemakkelijk aangetoond worden. Moeilijker wordt het voor de overheid wanneer door de betrokken burger de afstand tussen de twee verschillende adressen spreidt over twee provincies.

Heel wat moeilijker word het voor de Belgische overheid om bewijslast tegens de burger te bekomen indien de betrokken burger zijn hoofdverblijfplaats heeft genomen buiten België.

Een onderzoek naar domiciliefraude word hierdoor voor de Belgische overheid zeer tijdsintensief en niet langer eenvoudig…

De meest makkelijk op te sporen vorm van domiciliefraude is de fraude met het oog op sociale fraude, waarbij betrokkene door een foutieve notatie van de gezinssamenstelling in het bevolkingsregister hogere uitkeringen of tussenkomsten zal trachten te bekomen. In de meeste gevallen zal de betrokken burger door gebrek aan kennis en uit gemakzucht de twee adressen – hoofdverblijfplaats en domicilieadres – meestal dicht bij elkaar nemen, vaak binnen dezelfde provincie en soms zelfs binnen de gemeente waar de frauderende burger daadwerkelijk woont !

Profiel van dergelijk frauderende burger; spendeert meestal een beperkt budget om de sociale fraude tot stand te brengen, vind de beperkte afstand tussen de twee adressen handig niet beseffende dat de ambtenaren die fraude onderzoeken de beperkte afstand ook zeer handig vinden…..

Het fictieve adres is vaak niet meer dan een kamer of een karig ingerichte woning, met weinig huisraad en weinig verbruik van energie of water.

Boetes overtreding van wet op de rijksregisters

De wet bepaalt dat inbreuken op de wetgeving rijksregisters of van de uitvoeringsbesluiten worden gestraft met een geldboete tot 500 euro. Het gaat hier om strafrechtelijke geldboetes, wat betekent dat deze bedragen nog vermeerderd moeten worden met de opdeciemen, dus maximaal tot 3000,- euro. Voor misdrijven gepleegd vanaf 1 januari 2012 komen de opdeciemen neer op een vermenigvuldiging met 6.

Betreft het sanctioneren van domiciliefraude kan de Belgische overheid de burger zowel administratief als strafrechtelijk aanpakken:

Lees meer

– administratief; de overheid kan een inschrijving van ambtswege uitvoeren, zonder dat de burger er om verzoek wijzigt men bij de bevolkingsdienst de vermelding in de rijksregisters, dit kan bijvoorbeeld in toepassing bij een burger die zelf geen actie onderneemt inzake aangifte adreswijziging. Het is niet uitzonderlijk dat diegene die onderdak verschaft aan iemand vervolgens tot zijn verbazing moet vaststellen dat de persoon aan wie men onderdak verschaft plots blijkt te zijn ingeschreven door de bevolkingsdienst (dus zonder dat iemand van de betrokken burgers zelf enige stappen ondernam naar de bevolkingsdienst) Dat kan uiteraard heel nare gevolgen hebben… Via deze administratieve aanpak wordt bij de Belgische overheid vooral gestreefd naar het correct houden van de registers. Het is voor diegene die het onderdak heeft verschaft niet altijd eenvoudig om deze inschrijving van ambtswege ongedaan te maken.

– strafrechtelijk; de overheid kan anderzijds via de voorzieningen binnen de wet op de bevolkingsregisters & uitvoeringsbesluiten ook strafsancties voor elke burger opleggen die de bepalingen van de wet niet volgt.

Het verbaliseren van het misdrijf domiciliefraude heeft als doel te komen tot strafrechtelijke vervolging, niet alleen voor wat betreft de personen die de domiciliefraude plegen maar ook met inbegrip van de hulpverlenende personen – secundaire fraudeurs – die bijdragen aan het mogelijk maken van de domiciliefraude. (= strafrechtelijke aanpak).

Het feit dat domiciliefraude als wanbedrijf is opgenomen in de wet op de bevolkingsregisters leid ertoe dat bij de opsporingshandelingen de regels van het strafrechtelijk onderzoek en de algemene beginselen van het strafrecht van toepassing zijn (Strafwetboek en Wetboek van Strafvordering).

We kunnen met zekerheid stellen dat men de laatste jaren steeds minder aanbod leest wat betreft ‘huur van domicilie adres’ omdat meer en meer gekend is dat er zware risico’s aan verbonden zijn voor huurder en verhuurder.

Binnen immobiliënkantoren is men vaak bang voor het destructieve karakter van een correctionele vervolging. Ook talrijke privé eigenaars van goedkope panden worden weinig vrolijk van de risico’s en verhuren liever aan een ander doelpubliek dan het risico op juridische ongein en strafzaken, het verbeurdverklaren van hun pand.

Extra sancties voor sociale huurder:

Artikel 102bis van de Vlaamse Wooncode voorziet in eigen sancties voor sociale huurders die domiciliefraude plegen, enerzijds kan een administratieve geldboete worden opgelegd aan de huurder die domiciliefraude pleegt, de administratieve geldboete opgelegd door de toezichthouder kan gaan tot 5.000 euro. Er is mogelijkheid om beroep aan te tekenen bij de burgerlijke rechtbank.

Anderzijds wordt domiciliefraude in de sociale huur door artikel 102bis, § 9 van de Vlaamse Wooncode ook omschreven als een misdrijf. Wie domiciliefraude pleegt, kan worden gestraft met een gevangenisstraf tot drie maanden of een werkstraf tot een duur tijd van 250 uren, een geldboete tot 500 euro. Op basis van deze strafmaat is het duidelijk dat het hier – net zoals bij inbreuken op de wet over de bevolkingsregisters – over een wanbedrijf gaat.

Correctionele vervolging wegens domiciliefraude in de sociale huur behoort principieel tot de bevoegdheid van het parket van de procureur des Konings. Bij samenhang met sociale fraude, wordt het arbeidsauditoraat eveneens bevoegd.

Indien de domiciliefraude inhoudt dat de sociale huurder zijn hoofdverblijfplaats niet had op het adres waar hij stond ingeschreven in de bevolkingsregisters, wordt eveneens een inbreuk gepleegd op de wet over de bevolkingsregisters. Het gaat dan over eendaadse samenloop, waardoor op basis van artikel 65, eerste lid van het Strafwetboek één straf wordt opgelegd, nl. de zwaarste.

Domiciliefraude – rechtsonzekerheid – boedelbeslag

Onder domiciliefraude begrijpt de overheid alle gevallen waarin de burger zijn vermelding in de bevolkingsregisters niet in overeenstemming is met de plaats waar de burger effectief zijn hoofdverblijfplaats heeft.

Domiciliefraude wordt door de wet of andere regelgeving nergens gedefinieerd. De rechtsleer, justitie en parket mag er dus zelf een invulling aan te geven. Dat maakt het voor de burger bijzonder gevaarlijk.

Ongeacht hoe de inbreuk op de rijksregisters tot stand komt, het is bijzonder naïef om te denken dat men als burger een rechter ertoe kan bewegen om de verantwoordelijkheid bij de overheid te leggen, maar wie van een uitdaging houd kan het natuurlijk altijd proberen.

Lees meer

Een fout, een inbreuk, een onachtzaamheid, een vergissing, een niet correcte vermelding in de rijksregisters, in regel gaat een – justitie – ambtenaarde fout nooit zoeken bij de overheid, een onrechtmatigheid komt volgens justitie altijd op conto van de burger. Er zullen altijd burgers zijn die buiten hun wil om slachtoffer worden van het systeem, anderzijds zijn er burgers die het systeem aanwenden om bewust fraude te plegen. Indien er sprake is van domiciliefraude dan kunnen de motieven erg uiteenlopen, hierbij als meest voorkomende de sociale fraude die erin bestaat dat men kan verkiezen zich ergens in te schrijven als alleenstaande om een verhoogde of eigen uitkering te bekomen of de uitkering van de partner – waarmee men effectief samenwoont – niet te verminderen, soms zelfs te verhogen. Overheidsinstanties zoals o.a. RVA gaan actief op zoek.

Links:

RVA Betrapt uitkeringsgerechtigden

Politie pakt domicilie fraudeurs

Dubbel zoveel domiciliefraude

Een ander populaire drijfveer is de vlucht of onttrekking aan schuldeisers. Wanneer iemand die gebukt gaat onder schulden zijn registratie neemt op de woonplaats bij familie of vrienden dan brengt dit een onhoudbare druk en ongezonde belasting met zich mee waar een gezonde relatie niet tegen bestand is.

Schuldeisers sturen immers hun aanmaningen en ingebrekestellingen naar het officiële adres van de betrokkene, gerechtsdeurwaarders betekenen bevelen tot betalen en leggen roerend beslag op de plaats waar de schuldenaar staat ingeschreven in de bevolkingsregisters.

Dat de aanwezige spullen niet van de schuldenaar zijn is niet dienende in de zaak. Het is de eigenaar van de spullen die revindicatie dient aan te tekenen en het beslag van de deurwaarder mag gaan aanvechten bij de beslagrechter. In theorie komt het allemaal nog wel goed, in de praktijk kan men de kansen op succes gaan zoeken achter de komma.