Huisjesmelkerij

10849852_771407356248444_2577536244567850126_nSituering maatschappelijk probleem

Een probleem dat bij de overheid geen oplossing vindt komt meestal wel tot een oplossing binnen de privémarkt. Zonder hier een standpunt in te nemen over het verschijnsel op zich, huisjesmelkerij is binnen onze samenleving een mes dat aan twee kanten snijdt.

De frustratie bij minvermogende hun zoektocht naar een eenvoudige goedkope woon entiteit is vaak zeer groot bij sociaal zwakkere in onze samenleving.

De terughoudendheid bij vastgoed eigenaars om te verhuren aan sociaal zwakkere is nochtans ook vanuit hun optiek goed te begrijpen. Wie geen ambtenaar is en toch diensten verleent of verhuring doet aan mensen die overleven in de marge van onze samenleving is niet beschermt door de overheid, vanuit de privé dergelijke activiteiten en diensten verlenen is beslist niet zonder gevaar. Steeds bestaat voor de verhurende of dienstverlenende partij het gevaar om vanuit justitie te worden aangevallen. Men bekomt zeer kwetsbaar als men omgaat met zwakkere in de samenleving, guilty by acquaintance or association, vrienden en klanten van vandaag kunnen de vijanden van morgen worden. Tal van dienstverleners uit de privé hebben pijnlijke ervaringen en worden steeds voorzichtiger.

Binnen de groep van de maatschappelijk zwakkere moeten jammer genoeg de goeie het mee bekopen voor de slechte, kunnen goeie mensen die zwak staan het vaak nog weinig begrip of vertrouwen genieten binnen de reguliere woonmarkt, nog erger wordt het wanneer ze aangewezen zijn op een huurwaarborg van het OCMW.

Weinig verhuurders worden vrolijk van het vooruitzicht te verhuren via tussenkomst van een overheidsinstantie als het OCMW. Verhuurders weten dat zij als privaat persoon bij problemen met minvermogende OCMW klant een tegenpartij gaan hebben die veel kans steun blijft vinden binnen het vangnet van het OCMW. Een OCMW van de overheid geniet politieke steun, ook hebben alle OCMW ambtenaren dezelfde broodheer als de rechter die gaat oordelen over een geschil… Als verhuurder van privé vastgoed sta je alleen, heel alleen.

Een huurder uit je pand laten uitzetten is niet eenvoudig, vaak krijgt men als verhuurder van de rechter te horen; ‘de huurder vertoonde de afgelopen maanden toch de de goedwil en de intentie om te betalen?’ Vervolgens ziet men als verhuurder door de rechter de kan voor zich uitgeschopt…..

Tal van verhuurder zien dat risico niet meer zitten, bijgevolg moeten ook veel sociaal zwakkere op zoek naar een betaalbaar alternatief om met alle administratie in orde te blijven.

Situering krotverhuur

Voor de Belgische justitie zijn wettelijke begrippen zeer rekbaar om tot een veroordeling of verbeurd verklaring van geld & goed te komen. Door een pand met domicilieadres te bestempelen als een krot kan dat voor justitie tal van voordelen meebrengen. Vaak voldoet een eenvoudige woon entiteit immers niet aan de kwaliteitsvereisten waaraan elke woning in het Vlaamse Gewest moet voldoen, artikel 23 van de Grondwet. De concrete vereisten worden vastgelegd in een technisch verslag, dat als bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2013 werd gevoegd.

Hierbij wordt door de overheid totaal geen onderscheid gemaakt of de woon entiteit wordt verhuurd, wordt ter beschikking gesteld, louter dient voor domicilieadres of leeg staat. Zodra een woon entiteit fysiek wordt ingericht als woning – en dus een huisvestingsbestemming heeft gekregen – valt zij onder de bepalingen van de woningkwaliteitsbewaking.

Het verhuren, te huur of ter beschikking stellen van woningen of kamers met een gebrek is strafbaar op basis van artikel 20 van de Vlaamse Wooncode. Hierbij wordt dus enkel de verhuurder als secundaire fraudeur geviseerd.

Tal van verhuurders zijn zich niet bewust van de ernst en de risico’s die ze nemen. In de zoektocht van parket en politie, speurend naar potentieel beslagbaar vermogen krijgt de secundaire fraudeur (= de verhuurder) vaak meer politie aandacht dan de primaire fraudeur.

Bij een veroordeling van de primaire fraudeur valt voor justitie de schorsing van de sociale uitkering vlot te bekomen maar het innen van een geldboete en verbeurd verklaring van vermogensvoordeel blijft meestal beperkt tot een papieren tijger, een stukje window dressing binnen de begroting. Justitie binnen België is een industrie, er moet geld binnenkomen…

In uitvoering van het strafrecht zal binnen de eindvordering van de procureur dus vaak ook sprake zijn van het vermogensvoordeel van de verhuurder, secundaire fraudeur. Het beslagbaar vermogen van de secundaire fraudeur is immers vlot zichtbaar voor justitie, voor de autoriteiten maakt dit dat de secundaire fraudeur interessant is om te vervolgen.

Een gerechtelijk vooronderzoek kan een perverse realiteit worden die vaak gestuurd wordt vanuit de politie, niet zelden zal een politie beambte de primaire fraudeur ertoe aanzet om zich op te werpen als slachtoffer van de verhuurder “de oplichter-fraudeur, een huisjesmelker”…

Als lezer denk niet, de politie is uw beste vriend. Dien te weten, de politie kiest zijn eigen vrienden tot ze opgebruikt zijn…

Je staat er van te kijken hoe sommige frauderende betrokken partijen tips en ideeën krijgen aangereikt van de politie opdat men bij derden tot een veroordeling kan komen…

Tijdens het vooronderzoek krijgt de secundaire fraudeur – de verhuurder – dus vaak meer tenlastelegging op zijn conto gespeld dan de secundaire fraudeur die aanvankelijk de sociale fraude pleegde.

Het misdrijf krotverhuur kan geverbaliseerd worden door de agenten en officieren van gerechtelijke politie en door de wooninspecteurs en verbalisanten van de Vlaamse Wooninspectie (agentschap Inspectie RWO van de Vlaamse Overheid). Aangezien voldoende technische kennis vereist is zal in het overgrote deel van de gevallen het verbaliseren gebeuren door de ambtenaren van het agentschap Inspectie RWO.

Betreft het misdrijf krotverhuur kan de primaire fraudeur worden gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een geldboete tot 125.000 euro. Daarbij komt ook nog dat de ontvangen huurgelden verbeurd verklaard kunnen worden als illegaal verkregen vermogensvoordeel.

Krotverhuur en domiciliefraude

Zelfs indien een kleine kamer verhuurt wordt met het oog op het verstrekken van een domicilieadres ook dan dient deze kamer te voldoen aan de minimale kwaliteitsvereisten. Zo niet zal de verhuurder schuldig zijn aan het misdrijf krotverhuur.

Personen die kleine kamers ter beschikking stellen als postbusadres of domicilieadres, lopen dus tevens het bijkomende risico te worden vervolgt voor krotverhuur, zelfs als de huurder deze kamer nooit bewoont. Verhuur op zich is immers voldoende; de strafbaarstelling vereist niet dat de kamer effectief bewoond wordt door de huurder. Hier heeft men als verhuurder duidelijk iets om van wakker te liggen!

De federale huisjesmelkerij, zoals voorzien in artikel 433 decies en volgende van het Strafwetboek, bestraft diegene die misbruik maakt van de bijzonder kwetsbare administratieve of social precaire situatie positie van iemand, met de bedoeling een abnormaal profijt te verwezenlijken door die persoon een goed te verhuren in strijd met de menselijke waardigheid. Het is dus absoluut niet uitgesloten dat de verhuurder van een eenvoudige kamer of domicilieadres eveneens schuldig word bevonden aan huisjesmelkerij. Deze verhuurder aansprakelijkheid verklaard ook het schaarse aanbod van domicilie adressen en eenvoudige woon entiteiten op de Belgische markt.

HEBT U NOG EEN VRAAG?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Permanent link to this article: http://vzw-ocmw.be/huisjesmelkerij/