Valse verklaring inzake hoofdverblijfplaats, registratie is ook voor de verhuurder strafbaar

10427300_545367995600728_6412262121703274231_nDomiciliefraude is een wanbedrijf, gezien het misdrijf is opgenomen in artikel 7 van de wet over de bevolkingsregisters, gelet op de opgenomen strafmaat (geldboete tot 3.000 euro).

De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, inclusief hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing. Het gaat daarbij over de regels met betrekking tot de geldboetes, poging, herhaling, samenloop met andere misdrijven, verzachtende omstandigheden en rechtvaardigingsgronden.

De misdrijfomschrijving is echter zeer ruim, nl. het niet naleven van de verplichtingen opgelegd door de wet en het KB over de bevolkingsregisters. Een valse aangifte van hoofdverblijfplaats kan beschouwd worden als een poging om fraude te plegen ook al wordt deze valse aangifte niet gevolgd door een inschrijving in de bevolkingsregisters, in principe is de valse aangifte op zichzelf dus eveneens strafbaar. Dit aangezien de wet over de bevolkingsregisters de verplichting oplegt aangifte te doen van het adres waar men zijn hoofdverblijfplaats heeft gevestigd, bij een valse aangifte werd deze verplichting dus niet gevolgd.

Zelfs de verhuurder is mede aansprakelijkheid

Strafbaar is diegene die de wet over de bevolkingsregisters en de uitvoeringsbesluiten overtreedt. Artikel 23 van het KB over de bevolkingsregisters beperkt de strafbaarstelling tot overtreding van de artikelen 1 tot 14 en 20 van het KB. Dit is echter geen beperking van de strafbaarstelling, aangezien de algemene principes, m.n. de verplichting om zich in te schrijven in de bevolkingsregisters op de plaats waar men zijn hoofdverblijfplaats heeft, zijn opgenomen in de wet over de bevolkingsregisters en een KB uiteraard de strafbaarstelling uit een wet niet kan inperken.

Het gaat dus in de eerste plaats over de primaire fraudeur, m.n. diegene die geen nieuwe aangifte doet van zijn hoofdverblijfplaats na zijn hoofdverblijfplaats gewijzigd te hebben of diegene die na een valse aangifte van zijn hoofdverblijfplaats gedaan te hebben, er is in geslaagd te worden ingeschreven. Deze kan mogelijks ook bijkomend strafbaar zijn wegens valsheid en het gebruik van valse stukken. Artikel 196 Sw.

Het gaat echter niet enkel over de primaire fraudeur, maar ook over alle andere personen die politie en parket mee in het zinkende bootje gaat trekken. Het spervuur word daarbij vooral gericht op personen die – meestal goedkope – locaties aanbieden die in aanmerking komen om een registratie te bekomen, maar ook personen die een referentieadres verschaffen kunnen onder de loep worden genomen.

Volgens de Algemene Onderrichtingen kan ook de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de ambtenaar bij de burgerlijke stand in het gedrang komen. De wet over de bevolkingsregisters stelt eveneens dat ambtenaar van de burgerlijke stand of zijn gemachtigden die niet het nodig hebben gedaan om diegenen in te schrijven die er hun hoofdverblijfplaats gevestigd hebben, strafbaar zijn. Uiteraard dient het vereiste opzet aanwezig te zijn in hoofde van deze ambtenaar. Het aantonen van die opzet is voor de meeste burgers zonder grondige kennis van de materie uiteraard in de praktijk niet eenvoudig…

Inzake samenhang domiciliefraude met ruimtelijke orde & veiligheid word ook de verhuurder aangepakt. Het agentschap Inspectie RWO van de Vlaamse Overheid ontwikkelde een draaiboek waarin de aanpak en methodiek van de overheidsinspecteurs word beschreven.

Daarnaast kan ook het instrumentarium van de Vlaamse Wooncode toegepast worden, gaande van de administratieve procedure tot ongeschikt – of onbewoonbaarverklaring tot de strafrechtelijke procedure, waarbij ook een de verhuurder of diegene die het pand ter beschikking stelt geverbaliseerd kan worden.

In de strafrechtelijke procedure wordt na een onderzoek ter plaatse proces-verbaal opgesteld tegen de verhuurder of de persoon die het pand ter beschikking stelt. Het parket kan overgaan tot strafrechtelijke dagvaarding en indien van toepassing kan de wooninspecteur of het college van burgemeester en schepenen voor de rechter herstel van de woning vorderen. Voor meer info zie Het Integratiedecreet van 29 maart 2013″, R.W 2013-14, 483.

Deze maatregelen zullen er dan voor moeten zorgen dat de huurder van het pand dit pand verlaat en vervolgens elders kan ingeschreven worden. Indien het proportioneel wordt bevonden, kan de burgemeester een woonverbod uitspreken en dit ook gedwongen handhaven, met name de huurders manu militari uit de woning laten zetten door de politie. Ook het fysiek afsluiten van het pand om verdere bewoning te voorkomen behoort tot de mogelijkheden.

In de eerste plaats dient gesteld te worden dat de huurder persoonlijk, maar ook de verhuurder (indien van toepassing) aansprakelijk zijn.

Indien bij de vaststelling van domiciliefraude vermoed wordt dat een vastgoedmakelaar als verhuurder actief is betrokken, kan de bevoegde ambtenaar of gemeente een klacht indienen bij het Beroepsinstituut voor Vastgoedmakelaars (B.I.V.)

Voor meer info zie omzendbrief van 30 augustus 2013 van de minister van Binnenlandse Zaken: aandachtspunten voor een correcte registratie in de bevolkingsregisters, het oordeelkundig toepassen van de afvoering van ambtswege en de strijd tegen domiciliefraude, http:/ /www.ibz.rrn.fgov.be/.

Opdat je als lezer geïnformeerd zou zijn delen we je het volgende mee; in België is het bij strafzaken heel gebruikelijk dat niet alleen de primaire partij word aangepakt, ook diegene die de informatie verschaft of de omstandigheden wist gunstig te brengen tot het plegen van feiten word door het parket als secundaire partij aangepakt binnen justitie. Domiciliefraude binnen strafzaken vormt geen uitzondering binnen deze norm, de laatste jaren word ook meer en meer de – verhuurder of diegene die het pand verschaft – als secundair frauderende partij bestempeld en door justitie geviseerd.

De laatste jaren worden niet de criminelen maar wel de kleine burgers met een spaarcentje en een eigen huisje geviseerd door de Belgische justitie. Burgers met eigendom en een beetje roerend vermogen staat heel zwak binnen het vizier van justitie. Repressie moet scoren daar waar de rechtstaat faalt, ‘nowhere to run nowhere to hide’.

De gevangenis en het gevangenis wezen democratiseert, het beroven van de vrijheid is al lang niet meer alleen voor misdadigers. Op zaken waarop een paar jaar geleden hooguit een boete stond, staat tegenwoordig gevangenisstraf. Geen wonder dat we binnen België een cellen-tekort hebben. Zelfs als een strafvervolging niet tot veroordeling leidt, zal vaak uw haven en goed al voor een prikje verkocht zijn aan iemand van de vriendjes binnen de organisatie van justitie.

Gedeelde smart is halve smart, twee partijen vervolgen geeft voor justitie meer kans op slagen, twee veroordeelden brengen meer centen in het laatje. Indien de primaire fraudeur als hurende partij niet al te vermogend is dan blijkt in theorie de kans op geld incasseren voor justitie vrij klein, dus men heeft justitie daar iets op gevonden, de secundaire fraudeur heeft meestal wel wat spaarcenten of eigendom.

Het werd de laatste jaren binnen justitie het gewoonte recht om hun spelregels aan te passen en bij te passen gedurende het spel. Niet zelden past justitie haar wetten aan of verandert men het geweer van schouder gedurende het wild om zich heen schieten.

Het is voor politie en justitie absoluut niet moeilijk om een strafzaak – die men aanvankelijk opstart bij een minvermogende huurder die sociale fraude pleegt – te laten doorgroeien naar een dossier waarbij de primaire sociale fraudeur dankzij zijn minder vermogendheid tot ‘slachtoffer’ word gekneed, zogezegd slachtoffer van een vermogende verhuurder die als secundaire fraudeur tegen zoals men dat dan omschrijft ‘woeker verhuur prijzen’ zich heeft verrijkt met huurinkomsten van een sociaal zwakkere. Niet zelden wordt die huurder binnen het dossier door politie gecoacht tot slachtoffer of sociaal zwakkere, dat die huurder bij de overheid langs de kassa van de sociale zekerheid passeerde dat word in het kader van recuperatie mogelijkheden wel eens vergeten… Perverse toestanden binnen justitie zijn schering en inslag.

O, jij denk natuurlijk dat uw huurder of klant nooit een bezwarende verklaring of strafklacht zou afleggen tegen jou? Wacht dan maar tot dat een dozijn goedwillende politie en andere ‘hulpverleners’ van de overheid een paar uren of zelfs weken op jou huurder of klant hebben ingepraat. Als praten geen resultaat brengt dan is een oneigenlijk gebruik van voorhechtenis het volgende middel bij uitstek.

Van overheid hulpverleners komen woorden als; we begrijpen dat jij als sociaal zwakkere een oplossing zocht voor je problemen en genoodzaakt was een kamer te huren omwille van de mogelijkheid tot adres registratie, we begrijpen dat je handelingen diende te stellen die niet helemaal netjes waren. Jou sociaal zwakke positie als minvermogende huurder kunnen we zien als verzachtende omstandigheid maar de verhuurder waarvan jij de locatie huurde die wist toch dat jij daar niet veel ging aanwezig zijn, die verhuurder die wist toch dat jij betaalde voor een locatie louter om je adres daar te plaatsen zodat je dingen kon bekomen en handelingen kon verrichten die zonder zijn hulp niet mogelijk waren?’ ‘Nou dan!’

In het bovenstaande springt de huurder of klant er inderdaad nogal slecht uit, maar dit is wel de realiteit binnen de Belgische ondervragingskamer.

HEBT U NOG EEN VRAAG?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Permanent link to this article: http://vzw-ocmw.be/sanctionering-algemeen/