Verbeurdverklaringen en andere sancties

rechtVerbaliserende ambtenaren en opsporingsbevoegdheden

Niet alleen agenten en officieren van gerechtelijke politie binnen de lokale en federale politie, ook de sociaal inspecteurs, genoemd in artikel l6 van het Sociaal Strafwetboek zijn bevoegd voor de opsporing van inbreuken genoemd in het Sociaal Strafwetboek.

Bepaalde sociaal inspecteurs krijgen daarvoor de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings en van de arbeidsauditeur. De processen-verbaal die opgemaakt zijn door de sociaal inspecteurs hebben bewijskracht tot het tegendeel door de burger bewezen is!!! Probeer als burger maar eens het tegendeel te bewijzen…

Artikelen 100 tot 105 van de Programmawet (I) van 29 maart 2012. B.S. 6 april2012 kennen onder de titel ‘Controle op het misbruik van fictieve adressen door de gerechtigden van sociale prestaties’ bovendien de bevoegdheid toe aan de sociaal inspecteurs om verbruiksgegevens van water, elektriciteit en gas op te vragen bij de nutsbedrijven of de distributienetbeheerders, indien zij op basis van andere elementen in het kader van een onderzoek vermoeden dat een gerechtigde ergens gebruik maakt van een fictief adres waarop hij geen aanspraak kan maken. De nutsbedrijven of de distributienetbeheerders dienen de verbruiksgegevens binnen een termijn van 14 dagen na ontvangst van de aanvraag over te maken. Zie ook:

Bart Tommelein zegt sociale fraude te bestrijden

Inbreuken volgens het Sociaal Strafwetboek

Volgens de Belgische justitie levert sociale fraude door domiciliefraude zowel bij de primaire als bij de secundaire fraudeur vermogensvoordelen op. Artikel 42, 3° Sw. Die geraamde vermogensvoordelen kunnen bijgevolg in beslag genomen worden met het oog op latere verbeurdverklaring. De vermogensvoordelen van de primaire fraudeur moeten worden teruggegeven aan de benadeelde instelling van sociale zekerheid. Artikel 43bis Sw.

Verbeurdverklaard vastgoed en vermogensvoordeel van de secundaire fraudeur kan in de Staatskas verdwijnen.

Voor de primaire fraudeur zullen vooral artikelen 232, 233 en 235 van het Sociaal Strafwetboek van toepassing zijn (respectievelijk valsheid en gebruik van valse stukken, onjuiste of onvolledige verklaringen betreffende de sociale voordelen en oplichting in het sociaal strafrecht). Deze misdrijven worden bestraft met een sanctie van niveau 4.

Voor de secundaire fraudeur (=de verhuurder) geldt vooral artikel 235 van het Sociaal Strafwetboek (oplichting in het sociaal strafrecht): de secundaire fraudeur kan worden geacht te hebben bijgedragen aan – of het orkestreren van – de sociale fraude, zelfs zonder dat de verhuurder de directe begunstigde van van de fraude hoeft te zijn.

De verhuurder bekomt het stempel van secundaire fraudeur – guilty by acquaintance or association – door het samenlopen of verbonden zijn met de sociale fraude die de primaire fraudeur pleegde.

We blijven ze tegenkomen, naïeve burgers die ter goede trouw geloven dat men in België niet kan worden veroordeeld zonder dat justitie bewijzen heeft. Niets is echter minder waar binnen praktijken van de Belgische justitie. Zelfs indien artikel 235 van het Sociaal Strafwetboek in hoofde van secundaire fraudeur niet zou kunnen bewezen worden, ten alle tijden kan het parket nog altijd gemakkelijk teruggevallen op andere mogelijk door de verhuurder gepleegde misdrijven zoals “krotverhuur”, stedenbouwkundige inbreuken, …..

Laat duidelijk zijn, voor justitie is het vaak moeilijk om ten volle te recupereren van een primair fraudeur, recupereren of beslag leggen bij de verhuurder daarentegen is als een wandeling in het park.

Voor het parket is de verhuurder immers hoogstwaarschijnlijk een vermogende partij en dus alle pijlen die de onderzoekers daar op richten kunnen voor de overheid geld opleveren. De verhuurder wordt voor de Belgische justitie the sitting duck!

Administratieve en strafrechtelijke sancties

De inbreuken worden door artikel 101 van het Sociaal Strafwetboek ingedeeld in vier categorieën.

Voor inbreuken die bestraft worden met een sanctie van niveau 2 tot en met 4 heeft de strafvervolging steeds voorrang. Een sanctie van niveau 4 kan bestaan uit een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en/of een strafrechtelijke geldboete van 600 tot 6.000 euro, een administratieve geldboete van 300 tot 3.000 euro.

Zowel de strafrechtelijke geldboete als de administratieve geldboete worden vermeerderd met de opdeciemen. Voor misdrijven gepleegd vanaf 1 januari 2012 komt dit neer op een vermenigvuldiging met 6. Dus uiteindelijk kan de strafrechtelijke geldboete begroot worden tot liefst 36.000 euro, zesendertigduizend euro !

HEBT U NOG EEN VRAAG?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Permanent link to this article: http://vzw-ocmw.be/sociale-fraude/